ginder
ik ril nog gauw
wat rauwe
huid bij elkaar
en ben dan
verdwaald in het
heelal
een zilveren maan,
haar zuidpool leeg,
verlaten, bevroren
de zon lijkt ons
verloren
tolt doelloos
zwalpend weg
zee is koud,
noorderwind mondt
hard op blote
huid uit
de wond blijft open
strooi straks preventief
wat zout
(zelfs
de grote hond stopt het hopen,
legt zijn spitse
kop mistroostig te
ontbinden)
de winter is een lijk
dat niet in wil binden
je hoeft niet te gaan kijken
het ligt ginder
Die Otten lijkt invloed op je te hebben if I may say so.
… Waarom toch altijd ne groten hond!!
niennathalie
donderdag 13 december 2007 op 21:19
‘k heb het al vaak gelezen en ik probeer te begrijpen
wat is de reden van het typografisch verschil met de eerste en laatste alinea, en het middenstuk?
het is goed
Soet
donderdag 20 december 2007 op 10:57
Lees het gecursiveerde als inleiding en conclusie, respectievelijk. Het middenstuk is dan de uitwerking van het statement dat ik in eerste en laatste strofe maak.
Gooi er anders eens het collectieve analytisch vermogen van uw studiegenootjes tegenaan. En laat me zeker weten waar je ermee komt.
maxplanck
donderdag 20 december 2007 op 11:10
ik hou enorm van je gedichten
komt hier wat meer?
Soet
zondag 27 januari 2008 op 17:28
ik ril nog gauw
wat rauwe
huid bij
is het beste
maarten
zondag 27 januari 2008 op 23:47
13 december is lang geleden
te lang
schrijf !
Soet
zaterdag 1 maart 2008 op 17:32
U doet dat goed, ik lees u graag…
Groove G.
woensdag 26 maart 2008 op 14:28