Ontvang uit kapotte
handen brood – voor de
laatste maal – tot
er gedonder
klinkt en ‘s nachts rots
rolt: zoveel macht.
Ontvang het leven dat
ontspringt als bloemen
bloedend van schoonheid.
To be alone with you
De teksten en muziek spreken voor zichzelf.
You gave your body to the lonely
They took your clothes
You gave up a wife and a family
You gave your goals
To be alone with me
To be alone with me
To be alone with me
You went up on a tree
To be alone with me you went up on the tree
I’ve never known a man who loved me
Rich man came to our town
And wandered around, wandered around
Rich man came to change our minds
And change our plans, take our things, take our nights
Tonight we fight
Rich man bought our wondering world
Our wonderful world, our wondering world
Rich man bought our wondering world
Our wonderful world, our wondering world
Get your guns, let’s shoot him down
Let’s axe his plans, we miss the mark
There goes the ark, here comes the dark
Rich man spoke, thunder clapped
Like a waterfall as those letters fall
On those know-it-alls and their mighty cousins
Rich man bought our wondering world
Our wonderful world, our wondering world
Rich man bought our wondering world
Our wonderful world, our wondering world
Rich man came to pay the price
He paid it all, he paid the now
He paid the royalty, he paid it in full
He paid it for fools who wandered and drooled
Full of life, he’s twice as nice
Rich man bought our wondering world
Our wonderful world, our wondering world
Rich man bought our wondering world
Our wonderful world, our wondering world
Puber
Brekend zoek ik
in de spiegelscherven
mijn ziel die ergens
toch moet zijn
Ik vind een puist,
daar waar bij een ander
de ziel soms lijkt te
zitten
Ik zoek, ik vind,
mijn hoofd in mijn handen
ik verlies, ik vloek
Ik zoek een groot
warm lichaam waarin
ik mezelf kwijtkan
Korte inleiding tot het solliciteren
is het niet een grijze straat
as en stof om tijdig
te verlaten
peinzend snijd ik stukjes
tijd in twee – lang
gaan ze mee, duur zijn
ze niet:
lang duren ze
vrank en vrij hiervoor was
druk;
nu stoor ik mensen en ik word
dik
Stip
Kleintje, dingetje,
mijn huis, mijn vuist
gebald om zoveel
klein
stap je mee langs
kilometers kortheid
die wij ver noemen
Minilanden en
kaboutermensen,
Speelgoedbomen en
kleuterklas
Maar ik ben groots
ik, die god naboots
draai maar rond mij,
jij klein heelal
waarin ik niet pas
Teheran
Zwijgend stormen massa’s
hersenplicht langs fiere
geschiedenis heen
Zij bidden tot de
grote god, zij
roepen naar
de leugenaar; stop
het verkrachten van
praten
het man en macht
verzwijgen;
de stem van de
vrijheid is schor
maar sterk
en leeft, ze heeft
werk en
scheurt zich los
En aan de andere
kant van de bol
schilderen ze het
beeld rood
Kale heuvels
Kale heuvels,
veulens bedauwd
zijn populieren zo nauw
Gras zo grijs als
de wolken,
de grazige wolken
laag hangen ze, lager
dalen ze
De plas ijswater
tussen de poten
van koeien – soldaten:
het water houdt hen hoog
hun loopgraaf is gedolven
De plas, de veulens, de wolken
ze wroeten in dit gedicht
traag begint het hen te dagen
Ze mogen niet klagen
Ontwaak (2009)
Ongeveer een jaar geleden schreef ik hier het gedicht “Ontwaak” neer. Dit is een nieuwe versie, waar ikzelf heel wat tevredener over ben.
De bomen blazen
sinds kort witte vlekken
door de ramen
Penselen zo groen en
groot en wakker
strelen achter de
werkelijkheid zacht
de zon en lucht in bloei
En de dooien op
hun akker vol van
licht en luid leven,
liggen in hun graven,
lui en mat denken zij
- mij ontbreekt niets
Ontwaak,
verzaak uw pasgeboren
plicht niet
De vuile winter is voorbij
Bouw uw nesten
en bemest uw land
Zonder handen
Mijn handen en de koorden
van de schommel, we
maken rommel zolang
de zon niet ondergaat
Oude wijven die lang
zaam voorbijschuifelen,
zij missen niets, maar
kijken toch alsof zij
altijd al zo waren
Zonder handen fiets ik later
door de straat
de zon is onder maar de
grond is nog warm